Klein is het nieuwe groot 2

Klein is het nieuwe groot 2

De politiek van nabijheid

 

In 2014 stop ik ermee. Ik heb besloten niet opnieuw een functie in de stadsdelen te vervullen. Juist nu ik wegga voel ik mij geroepen om me te mengen in de discussie over de toekomst van de stadsdelen. Dit kan ik doen zonder gehinderd te worden door verdenking van plucheplakken. Want ik ambieer na 2014 geen positie in een stadsdeel, ik ambieer een bestuurbare stad achter te laten. En het is geen vanzelfsprekendheid dat de stad bestuurbaar blijft, als het college haar huidige plannen doorzet.

Onze kandidaat wethouder Pieter Hilhorst pleitte zaterdagavond op een ledenavond voor een politiek van nabijheid in Amsterdam. Lokale democratie verankerd in de wijken en buurten waar democratische vertegenwoordiging gaat over de directe belangen van bewoners van die buurten. Een democratische vertegenwoordiging met mandaat, middelen en mogelijkheden om samen met bewoners het verschil te maken. Dat klonk mij als muziek in de oren, want dit is al sinds de oprichting van de stadsdelen onze opdracht en ambitie. Rechtstreeks met bewoners de buurt veilig, leefbaar en sterk maken en houden. Maar die kracht dreigt nu verloren te gaan door de wijze waarop het college in Amsterdam de wetswijziging van de gemeentewet interpreteert. Hoewel de wetswijziging ruimte geeft voor een lokaal bestuur met voldoende mandaat, lijkt het college nu te koersen op het ontmantelen van lokale slagkracht, in ruil voor centrale logheid In 2009 hebben we als stad het advies van de commissie Mertens ter harte genomen: we zijn van 14 naar 7 stadsdelen gegaan om zo meer volume en meer slagkracht verkrijgen. De stadsdelen hebben nu een omvang van 80.000 tot 135.000 inwoners, vergelijkbaar met middelgrote gemeenten.

De samenvoeging van de stadsdelen was helse klus, maar begint nu al vruchten af te werpen. We hebben 7 stadsdelen die door hun volume en lokale expertise behoorlijk wat in de melk te brokkelen hebben bij hun partners. We hebben de middelen en kennis om door te pakken. Het is die combinatie die de stadsdelen sterk maken: lokale expertise en mandaat op te treden. Het daadkrachtige opereren van Ahmed Marcouch in Slotervaart was alleen mogelijk, doordat hij de positie en het mandaat had om door te pakken en beslissingen te nemen. Hij was een serieuze samenwerkingspartner voor jeugdinstellingen, politie, scholen en corporaties om met hen de problemen in de wijk en in de gezinnen op te lossen. Die interventies hebben het tij doen keren.

Die lokale expertise en doorzettingskracht maken het werk van het stadsdeel trefzeker en toekomstbestendig. In het voormalige Zeeburg, en nu ook in Oost, heb ik de meerwaarde daarvan ervaren. Toen de Indische Buurt zodanig wegzakte op de lijstjes, of juist bovenaan stond op de verkeerde lijstjes, hebben we lokaal een investeringplan opgezet en uitgevoerd. Samen met politie, corporaties, scholen en ondernemers hebben we de buurt weer op niveau gebracht. Met de corporaties maakten we de afspraak “huisje af, straatje af”. Als zij een huizenblok hadden opgeknapt, zouden wij daar de openbare ruimte herprofileren. Met de scholen maakten we afspraken over kwaliteit van onderwijs en gemengde klassen. Samen met de politie veegden we de pleinen schoon. Wij de overlastjongeren, zij de criminelen. De opbrengst van die korte lijntjes kennen we: de Javastraat is een mooie, levendige winkelstraat en de Indische Buurt is een van de meest hippe en gemengde wijken in Amsterdam.

Maar als het college haar plannen doorzet, dan is het gedaan met die positie van het stadsdeel. Dan geven wij als gemeente die lokale expertise en doorzettingskracht op. Dan krijgt het college haar zin, en halen wij onze handen af van de nabije politiek, om zo een kleine lichte overheid te krijgen. Dat klinkt mooi, maar hiervan zijn de bewoner en de ondernemer de dupe. Dan krijgen wij hier Rotterdamse toestanden. Daar mistte de lokaal bestuurder het mandaat echt in te grijpen. Voor een echte oplossing moest je naar de Coolsingel. Het werd een survival of the fittest: de groepen die het best hun weg in overheids-land wisten te vinden kwamen aan bod, de andere groepen verdwenen naar de achtergrond. Zodoende verloederde het Oude Noorden.

Mandaat weghalen bij het lokale bestuur, en de stad aansturen via ambtelijke diensten die geen publieke verantwoording hoeven af te leggen aan de bewoners en de ondernemers. Dat wil het college hier ook. De voorgestelde bestuurscommissies zijn window dressing. Ze hebben na 2014 niet meer de positie om door te pakken in de wijken.Of moet na 2014 de civil cociety in de Indische Buurt voor hun initiatieven aankloppen bij de burgemeester, als ze steun willen voor hun project in het Zuid Oost-kwadrant? Of bij de o zo snelle Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling? En zal dat project dan wel de juiste prioriteit krijgen, of zijn er mondige burgers in Oud Zuid die de aandacht opeisen? Wie maakt de lokale belangenafweging?

Wie bepaalt er straks in welke buurten er extra gesurveilleerd moet worden door toezichthouders? Wie maakt de afweging dat de Dapperbuurt  extra aandacht verdient van toezicht en handhaving? De ambtenaren op het stadhuis? De Burgemeester? Uw lokale bestuurder mag daar straks niet meer van dag tot dag op sturen.Dus u begrijpt dat wij van de stadsdelen erg blij waren met de Obama-vergezichten van onze kersverse beoogde wethouder Hilhorst. Gaat hij dat onheilspellende tij in het college keren? Of komen de collegepartijen zelf tot inkeer en realiseren zij zich dat zij de stad onbestuurbaar maken met een lokaal bestuur zonder mandaat?

 Beste Pieter, vanuit de stadsdelen denken we graag met je mee over dat lokale verschil, over het verbinden van het kleine naar het grote en omgekeerd. Maar dan wel graag op basis van een inhoudelijk debat geleid door inhoudelijke motieven en geen slappe politieke compromissen gebaseerd op een oud beeld van politiek leiderschap. Politiek leiderschap is in tijden zoals de huidige juist tegen de trends ingaan en voor je mensen staan. Klein is het nieuwe groot.